vr 19 juni 2020

Webmodule ZZP en geen minimumtarief

Er komt geen minimumtarief voor zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook de zelfstandigenverklaring voor ZZP-ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er niet. Wel gaat het kabinet verder met de webmodule die opdrachtgevers en zelfstandigen meer zekerheid moet geven over de arbeidsrelatie, zelfstandige of werknemer.

Minimumtarief en zelfstandigenverklaring te complex
Het uitgangspunt bij zowel het minimumtarief als de zelfstandigenverklaring is het tarief dat een zelfstandige per uur verdient. De juiste vaststelling van dat tarief vergt een uitgebreide administratie van gewerkte uren en gemaakte kosten bij de opdrachtnemer, maar ook bij de opdrachtgever die zich er van moet vergewissen dat de opdrachtnemer een tarief per uur verdient dat voldoet aan het minimumtarief of dat het gebruik van een zelfstandigenverklaring rechtvaardigt. Voor het bijhouden van deze administratie moeten opdrachtnemers en opdrachtgevers onderscheid maken tussen directe uren en directe kosten (die relevant zijn voor het berekenen van het uurtarief) en indirecte uren en indirecte kosten (die niet relevant zijn voor het berekenen van het uurtarief). Dat is in de praktijk te complex.

Webmodule
Als uit de beantwoording van de vragen in de webmodule volgt dat buiten dienstbetrekking kan worden gewerkt, dan ontvangt de opdrachtgever een zogeheten opdrachtgeversverklaring. Met deze opdrachtgeversverklaring krijgt de opdrachtgever zekerheid dat een bepaalde opdracht buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd. Voor deze opdracht heeft de opdrachtgever zekerheid dat geen loonheffing hoeft te worden ingehouden en afgedragen, en geen premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) hoeven te worden betaald. De vrijwaring geldt alleen als de vragen in de webmodule naar waarheid zijn ingevuld en er in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

Testresultaten webmodule
De module is in concept met diverse vragenlijsten getest. Daar komt uit dat waarschijnlijk in ongeveer een kwart van de gevallen een opdrachtgeversverklaring kan worden afgegeven en dat in bijna de helft van de gevallen de uitkomst van de webmodule zal zijn dat er sprake is van een indicatie dienstbetrekking. Ook blijkt dat in ruim een kwart van de gevallen de webmodule niet tot een oordeel kan komen. Alhoewel er altijd sprake zal blijven van een foutmarge, is deze naar de mening van het kabinet aanvaardbaar.

Indicatie dienstbetrekking
De webmodule geeft niet alleen een opdrachtgeversverklaring, maar ook een indicatie dienstbetrekking. Wordt een indicatie dienstbetrekking afgegeven dan heeft dit geen rechtsgevolgen. Maar het is wel een signaal. De opdrachtgever doet er dan ook verstandig aan om nog eens goed te kijken naar de wijze waarop de arbeidsverhouding is vormgegeven. Dit kan er toe leiden dat hij ervoor kiest de opdrachtnemer/werknemer in dienst te nemen.

Pilot webmodule
Helaas is de webmodule nog niet gereed. Tegelijkertijd is het wel wenselijk om zo snel mogelijk zicht te krijgen op de werking van de module en wat deze voor opdrachtgevers in de dagelijkse praktijk kan betekenen. Daarom start het kabinet naar verwachting dit najaar met een pilot. Opdrachtgevers kunnen in deze pilotfase nog geen zekerheid ontlenen aan de module.

Verdere maatregelen
De huidige wetgeving betekent zowel bij de opdrachtgever als bij de werkende een sterke financiële prikkel om de arbeidsrelatie niet als een dienstbetrekking vorm te geven. Daarom zet het kabinet in om de verschillen tussen zelfstandigen en werknemers te verkleinen. Dat gebeurt door de afbouw van de zelfstandigenaftrek, de inzet op een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering en vrijwillige deelneming aan een pensioenregeling.

Tip: Het huidige handhavingsmoratorium loopt af op 1 januari 2021. Het kabinet zal in het najaar een beslissing nemen over verdere verlenging van dit moratorium. Na een halfjaar pilot volgt een besluit of en in hoeverre de handhaving (gefaseerd) wordt opgestart.